Laden...

Lindespintmijt

Lindespintmijt zijn hele kleine spintmijten die niet te zien zijn met het blote oog. Ze maken een ragfijn spinsel rond de aangetaste planten. Deze beestjes komen vooral voor in het openbare groen waar ze niet bestreden worden, heb je ze in de tuin en wil je ze aanpakken. Dan lees je hier wat je kan doen.
... Lees meer
Tonen als Foto-tabel Lijst

3 producten

Van hoog naar laag sorteren
per pagina
Lindespintmijt

De spintmijt Eotetranychsu telarius is een algemeen voorkomende spintmijt over heel de wereld. Deze mijt voedt zich met meer dan 300 soorten planten in verschillende delen van de wereld. De waardplanten in Europa zijn onkruid, fruitbomen, citrusvariëteiten, sierplanten en kasplanten. Onkruiden zoals brandnetel en (haag)winde waar deze mijt goed kan op ontwikkelen, is vaak de eerste bron van aantasting in een kas.

Wij kennen deze spintmijt als lindespintmijt. Linde en leilinden zijn hieraan gevoelig. In warme voorjaren kan al vanaf half april een eerste generatie voorkomen. Deze spintmijten ontwikkelen zich razendsnel en vele generaties kunnen elkaar opvolgen.

Hoe ziet lindespintmijt eruit?

Lindespintmijt is met het blote oog niet te zien, zelfs met een loep valt het tegen. Het zijn witgele spintmijten van gemiddeld 0.3 mm lang! Onder de microscoop zie je ook dat ze twee donkere vlekken aan de zijkant van hun lichaam hebben.

Typisch is het ragfijn spinsel waarmee ze de bladoppervlakte inpakken. In de herfst valt het op dat ook de takken en stam door dit spinsel zijn ingepakt omdat de mijten migreren naar de stambasis om te overwinteren.

Levenscyclus van Eotetranychsu telarius

De afgelegde eitjes zijn zeer klein en niet zichtbaar voor het blot oog, ze worden in het spinrag onder het blad afgelegd. Vanaf april - mei leggen de vrouwtjes gemiddeld 8 eitjes per dag onder de bladeren. Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes na 2 tot 4 dagen uit. Uit de eitjes ontwikkelen zich de larven die verder overgaan naar protonimfen en deutonimfen, toch wat de vrouwtjes betreft. De mannetjes groeien vanuit de protonimf uit tot volwassen insect.

Zo snel als de vrouwtjes hun volwassen stadium bereikt hebben, worden ze bevrucht. De vrouwtjes kunnen dan gedurende 1 tot 15 dagen eitjes afleggen. Normaal leven de mannetjes en de vrouwtjes even lang met name tussen 10 en 25 dagen, afhankelijk van het seizoen.

De lindespint doorloopt verschillende generaties per jaar, in warme zomers kunnen in ons klimaat wel 10 generaties elkaar opvolgen.

In de winter groeperen de mijten zich om gezamenlijk aan de stamvoet te overwinteren. Terwijl ze zich verplaatsen naar de stamvoet overtrekken ze de takken en stam met een zilverachtig fijn spinsel.

Schade lindespint

Wat doet lindespint van schade?

De mijten zuigen zoals andere spintmijten sappen uit de onderzijde van de bladeren. Hierdoor krijg je aanvankelijk witte vlekjes te zien aan de onderkant van het blad. Naarmate de aantasting erger wordt, gaat het volledige blad grijs wit verkleuren. Uiteindelijk verkleuren de bladeren roestrood, verdrogen en vallen vroegtijdig af.

Typisch voor deze mijt, is de vorming van spinsel waarmee hele bladeren maar zelfs de net ontluikende bladeren kunnen omhuld worden. Ook bloemknoppen kunnen worden aangetast waardoor de linde geen normale bloei meer kent.

Hoe lindespint bestrijden?

Lindespintmijt komt vooral voor in openbaar groen en wordt daar niet bestreden.

Heb je last in je tuin van lindespintmijten? Dan kan je beroep doen op onze nuttige insecten. Er zijn verschillende opties beschikbaar, beiden ook in grote hoeveelheden.

Andersoni kweekzakjes tegen lindespint
  1. Andersoni-system en Andersoni-breeding-system
  2. Andersoni-system is een koker met roofmijten Amblyseius andersoni. Deze mijten kunnen ingezet worden vanaf 6°C tot 40°C en zijn dus ideaal om de warmteminnende lindespintmijt aan te pakken. Ze kunnen al vanaf april gebruikt worden en ook nog toegepast in het heetst van de zomer wanneer de lindespintmijt zich massaal ontwikkelt. Een strooikoker gebruik je als je schade van de lindespintmijt vaststelt. Doseer zeker 100 tot 400 roofmijten per m2, anders krijgen de roofmijten de spintmijten niet ingehaald.

    Vroegtijdig de schade vaststellen, is niet eenvoudig omdat de spintmijten voor het blote oog onzichtbaar zijn. Heb je elk jaar last van lindespintmijt, dan kan je beter je toevlucht nemen tot kweekzakjes.

    Andersoni-breeding-system zijn kweekzakjes met dezelfde roofmijt soort. De kweekzakjes lopen langzaam uit gedurende 5 weken. Het is een preventief systeem dat je vanaf mei kan uithangen. Bij een heel warm voorjaar start je best al half april. Na 5 weken dienen de zakjes vernieuwd te worden om blijvend bescherming te hebben. Gezien de lindespintmijt vele generaties op een seizoen heeft, hang je best meerdere keren na mekaar de kweekzakjes op.

  3. Chrysopa larven
  4. Is de aantasting al fel gevorderd, kan je je toevlucht nemen tot larven van chrysopa. De juiste hoeveelheid uitzetten is essentieel om de plaag onder controle te krijgen. Reken 40 larven per m2 ingeval van een zware aantasting. Bereken dit ingeval van leilinden door lengte x hoogte te doen van de bladoppervlakte.

    Ingeval van leibomen, wordt het inschatten in verhouding tot de kroongrootte en bladoppervlakte.