De rol van een levende bodem

Regenwormen hebben functies:

Regenwormen zijn nuttige organismen, dat betwijfelt niemand. Ze hebben verschillende functies:

  • Ze zorgen voor een ongelooflijk gangenstelsel in de grond waardoor er meer beluchting en waterinfiltratie mogelijk is.

    Lucht, water en organische stof zorgt voor een actief bodemleven! Betere waterinfiltratie zorgt voor minder erosie.

  • Ze eten de grond letterlijk op en scheiden daarbij hun uitwerpselen terug uit. Die uitwerpselen is rijkelijk voedsel dat door de plantenwortels kan worden opgenomen.

    Wat regenwormen doen in de tuin , is hetzelfde als wat speciaal geselecteerde wormen doen in wormenbakken.

  • De regenwormen dragen hun steentje bij aan de vorming van bodemaggregaten.

    Samen met micro-organismen produceren regenwormen een slijmerige massa, een soort lijm die humus-deeltjes, mineralen en gronddeeltjes tot grotere gehelen binden. Dit is essentieel om een stabiele en goede bodemstructuur te verkrijgen die weerstand kan bieden aan wateroverlast en droogte.

Graag verwijs ik nog naar een interessante blog van mij: Wegen de voordelen van regenwormen op tegen de nadelen?

Micro-organismen

Wist je dat 1 gram grond ongeveer 16.000 soorten bacteriën bevat, tussen de 10 en 500 m schimmeldraden en 1 tot 5 miljard bacteriën in totaal!

De wereld onder onze voeten is ons eigenlijk totaal onbekend. Onder één voetstap in een gezond bos zitten 2 tot 3 miljoen eencellige dieren, 20 000 kleine wormen (nematoden), 2 000 tot 5 000 kleine spinnen, mijten, springstaarten, 6 regenwormen, 10 insectenlarven, 1 spin, 2 duizendpoten en 1 pissebed.

Daarmee geef ik dan meteen een omschrijving van wat de term ‘micro-organismen’ kan dekken.

Zij zorgen allen samen voor een actieve bodem. Hoe gevarieerder het plantaardig materiaal dat we op de tuingrond aanvoeren, hoe gevarieerder het bodemleven wordt.

Hoe meer biodiversiteit in het bodemleven, hoe meer weerbaarheid de planten hebben tegen ziekten en schimmels. In de bodem is ieder micro-organisme een specialist en heeft ook elke soort zijn plaats!

Wat doen micro-organismen?

composthoop
  1. Voedingsstoffen komen vrij voor de planten dankzij micro-organismen
  2. De grotere micro-organismen gaan het organisch materiaal in stukken knippen en verkleinen terwijl vervolgens de kleine micro-organismen zorgen voor de verdere afbraak.

    Een deel van het vers organisch plantenmateriaal, wordt direct afgebroken door micro-organismen. Dit deel bestaat uit gemakkelijk afbreekbare substanties zoals suikers en eiwitten. Dit zorgt voor opneembare voedingsstoffen voor de planten.

    Het ander deel van dit vers organisch materiaal wordt omgevormd door micro-organismen tot humus. Dit deel is samengesteld uit moeilijk afbreekbare materialen zoals lignine en cellulose van plantaardige weefsels. De vorming van humus wordt humificatie genoemd. Humus ontstaat dus uitsluitend van plantaardig materiaal en niet van dierlijke restanten.

  3. Stikstoffixatie van vlinderbloemigen
  4. Dit fenomeen kennen we via de groenbemesters.

    Klaversoorten zijn vlinderbloemigen die de stikstof uit de lucht halen en deze in de plantenwortels kunnen opslaan. Dit vastleggen van stikstof gebeurd door bodembacteriën.

    Planten kunnen zelf geen stikstof uit de lucht opnemen. (Ze nemen wel CO2 op uit de lucht). Er zijn twee groepen bacteriën die dat wel kunnen: de in symbiose levende wortelknobbelbacteriën en vrijlevende bacteriën.

    Wortelknobbelbacteriën danken hun naam aan het feit dat de bacteriën in knobbels of hoopjes op de wortel van vlinderbloemige planten leven. Ze krijgen van de plant suikers om te leven, in ruil geven ze aan de planten stikstof. Veel organische materiaal bevordert de werking. Een te lage zuurtegraad in de bodem en toediening van stikstofmeststof remt de werking van de wortelknobbelbacteriën.

    Logisch: als er in de bodem veel stikstof aanwezig is, is er geen behoefte om luchtstikstof te gebruiken.

    Planten die wortelknobbelbacteriën bevorderen zijn: luzerne, klaversoorten, erwten, veldbonen, wikken, bonen, lupine, serradelia en soja.

    Het regelmatig zaaien van deze soorten en geen extra stikstofmeststof geven, bevordert de ontwikkeling van deze bacteriën.

    Stikstof en fosforopname door Mycorrhiza’s

    mycorrhiza
  5. Het vormen van bodemaggregaten
  6. Net als de regenwormen dragen vele micro-organismen bij tot het vormen van sterke bodemkruimels.

    Als dit niet het geval is, gaan bodemdeeltjes gemakkelijk met water worden meegevoerd. Hierdoor ontstaat dan erosie. Terwijl omgekeerd een stabiele bodem met sterke bodemaggregaten goed bestand is tegen watererosie.

Mechanismen die ontstaan onder invloed van micro-organismen

    Het leven onder onze voeten is als het ware een samenlevingsverband waar er van alles gebeurd waar we totaal geen zicht op hebben.

    Zoals ik al vaak heb gezegd, de natuur is zo perfect! Altijd gericht op herstel en voortbestaan.

  1. Concurrentie
  2. Het concurrentieprincipe verduidelijkt de werking van Bokashi-starter en Microferm. In de bodem is er steeds een machtstrijd tussen goede en slechte micro-organismen.

    microferm

    Van nature is er een kleine groep goede en een kleine groep slechte micro-organismen en schimmels. Wie wint, is afhankelijk van de grote groep neutrale volgers. Die wachten af wie de overhand krijgt en sluiten zich dan aan bij de winnende groep.

    Door Bokashi of Microferm toe te dienen, gaan we de groep van gunstige micro-organismen en schimmels groter maken, waardoor de volgelingen voor deze groep opteren en schadelijke bacteriën en schimmels geen kans meer krijgen.

    Tip: als je nieuwe bomen plant, laat dan de wortels van de oude bomen zitten. Zo is er al een gunstig bodemleven aanwezig, wat de herstart van de nieuwe bomen bevordert. Dit werkt eveneens op het principe van concurrentie.

  3. Antibiose
  4. Eenvoudig gezegd gaat het over organismen (bacteriën, virussen, schimmels …) die andere organismen belemmeren in hun ontwikkeling of deze zelfs doden om zichzelf in stand te houden.

    Het is een samenlevingsvorm waar één van de partijen schade ondervindt. Bijvoorbeeld: hoge bomen belemmeren de zon voor onderliggende struiken waardoor deze afsterven of dieren die steeds over hetzelfde gras lopen, zorgen ervoor dat het gras dood gaat en maken zo paadjes.

    De vorm van antibiose die het vaakst wordt waargenomen bij schimmels, planten en bacteriën noemt allelopathie.

    Voorbeelden: Het zuur van melkzuurbacteriën creëert een ongunstige omgeving voor het leven van rottingsbacteriën en voorkomt dat ze zich vermenigvuldigen. Een aantal schimmels scheiden penicilline af, dat veel naburige micro-organismen onderdrukt.

  5. Predatie
  6. Roofdieren zijn organismen die zich voeden met andere organismen. Ze doden hun prooi door er eitjes in te leggen of door er schadelijke bacteriën in uit te scheiden.

    Dit type relatie is vooral kenmerkend voor dieren, maar komt ook voor bij planten en schimmels. Veel parasieten putten het organisme uit waarin ze leven, beschadigen hun organen en dragen ook gevaarlijke ziekten over.

    Op basis van dit principe werken sommige van onze nuttige insecten (Encarsia tegen witte vlieg) en al onze (nuttige nematoden).

    1. Sluipwespen tegen witte vlieg: Encarsia
      Encarsia|Sluipwespen tegen witte vlieg
      > Sluipwesp-poppen tegen witte vlieg
      Vanaf € 24,00 € 19,83
    2. Aaltjes tegen engerlingen
      B-green | Aaltjes tegen engerlingen
      > Aaltjes tegen engerlingen
      Vanaf € 19,00 € 15,70
  • Waarschuwing: geïnduceerde resistentie
  • Net als wij beschikken ook planten over een afweersysteem dat ziekteverwekkers herkent en te lijf gaat. Net zoals wij ons laten inenten tegen griep en daarmee het alarmsignaal activeren als we echt door griep worden getroffen, is dit ook bij planten toepasbaar.

    Men spreekt dan van geïnduceerde resistentie.

    Geïnduceerde resistentie betekent dat men planten een voorbehandeling van buitenaf geeft waardoor het afweermechanisme van deze planten wordt geactiveerd. Er wordt in de planten een alarmfunctie geactiveerd waardoor ze alerter worden voor toekomstige aanvallen. Eenmaal een plaag echt optreedt, schakelt men de afweerrespons effectief aan.

    Deze plantreactie kan geïnduceerd worden met chemische stoffen (die onschadelijk zijn voor het milieu), plantextracten, micro-organismen of andere planteneters.

    Een voorbeeld van dit laatste: In komkommer is gebleken dat deze weerstand geïnduceerd kan worden met witte vlieg, waardoor de biologische bestrijding van spint sterk verbetert.

    Met dit mechanisme wordt volop geëxperimenteerd in de professionele tuinbouw omdat het nieuwe mogelijkheden biedt in het kader van plaagbestrijdingen en het verminderd gebruik van schadelijke spuitmiddelen.

  • Organische verbindingen tussen onderlinge bacteriën
  • Bacteriën kunnen elkaar waarschuwen voor bedreigingen via de organische verbindingen.