Zelf plantenvoeding maken

Niet iedereen heeft een wormencompostbak of bokashi-emmers maar dat hoeft je niet te belemmeren om zelf vloeibare plantenvoeding te maken voor je planten of kamerplanten. Dit kan van bladeren uit je tuin die je anders toch maar zou weggooien. Of als je geen tuin hebt, kan je bladeren in het wild plukken die in je omgeving groeien. Vooral voor diegenen die enkel kamerplanten hebben en een zelfgemaakte, natuurlijke meststof prefereren, kunnen deze tips een geweldige meerwaarde zijn.

Smeerwortel

Van wat kan ik plantenvoeding maken

Je leest vaak om zowat alles te gebruiken wat de keuken als restproducten voortbrengt. Ik voel me zelf niet zo comfortabel bij dit idee. Bijvoorbeeld koffieprut, theezakjes of bananenschillen die vaak worden geadviseerd, zijn afkomstig van uitheemse planten. Om die reden wil ik het liever vermijden en kies ik graag voor bladeren uit de tuin of lokale bladeren die je in het wild kan plukken. Enzymen en hormonen die in de planten aanwezig zijn, ga je opnieuw gebruiken door ze als voeding aan je planten te geven. Vandaar het belang van planten te kiezen die in jouw omgeving groeien.

Voordeel hiervan is dat de planten in de zomer rijkelijk groeien en dat je zonder problemen voldoende bladeren of schillen hebt om er plantenvoeding van te maken.

Elk blad of schil waar je een plantenvoeding van maakt, heeft een eigen voedingswaarde. Zo bevat brandnetel veel stikstof, smeerwortel zowel stikstof, fosfor en vooral kali en heermoes veel silicium en andere mineralen. Afhankelijk van welke bladeren je gebruikt, ga je dus een andere meststof krijgen.

Als je de bladeren van je planten wilt verharden is het gebruik van heermoes aangewezen. Het silicium in de heermoes zorgt daarvoor. Een stikstofmeststof is ook interessant als je ze geeft aan die planten die extra stikstof nodig hebben. Let op: met stikstof worden de bladeren juist zachter en dus gevoeliger aan ziekten en plagen. Onder andere bladluizen zijn verzot op deze zachte, groene blaadjes. Mij lijkt het interessant om regelmatig van andere bladeren plantenvoeding te maken, zo zorg je voor een mooie afwisseling aan voedingswaarden voor je (kamer)planten.

Wat gebruiken om zelf vloeibare plantenvoeding te maken:

  • Alle bladgroenten kunnen gebruikt worden zoals blad van pompoen, courgette, bonen, komkommer, rucola, postelein of groenteresten uit de keuken.
  • Kruiden zoals brandnetelblad, smeerwortelblad en heermoes zijn ook zeer geschikt.
  • Daarnaast kan je overwegen om zachte schillen te fermenteren zoals bijvoorbeeld van komkommers die rijk zijn aan stikstof en fosfor. Ook schillen van aardappelen of zoete aardappelen komen in aanmerking.
  • Iets heel anders: de wei die overblijft bij het maken van yoghurt kan je ook als plantenvoeding gebruiken. Gebruik 1 deel wei op 4 delen water. Wei is een restant bij natuurlijke fermentatie. Je kan het vergelijken met het water dat je aftapt van je bokashi-emmers.

Plantenvoeding zelf maken

Wat we gaan doen, is de bladeren of schillen fermenteren. Hierbij het stappenplan om zelf een natuurlijke plantenvoeding te maken:

  1. Oogst de bladeren en gebruik ze meteen. Je hoeft ze niet te wassen, indien nodig het vuil ervan verwijderen.
  2. Snijd de bladeren in kleine stukjes zoals je spinazie of andijvie snijdt.
  3. Weeg de gesneden bladeren en gebruik evenveel ruwe rietsuiker. Voeg je water toe, wat in principe niet moet, dan telt het gewicht van het water bij de bladeren.
  4. Meng de gesneden bladeren samen met de rietsuiker en eventueel 2 % microferm. Microferm bevat melkzuurbacteriën die de fermentatie versnellen.
  5. Doe de mengeling van bladeren met rietsuiker in een kom en meng de bladeren en suiker zeer goed met je handen. Het is de bedoeling dat het gesneden plantenmateriaal omringd is door de suiker.
  6. Als je mengeling klaar is, doe je dit in een glazen bokaal of plastic recipiënt dat je gemakkelijk kan afsluiten. Vul de bokaal op met plantenmateriaal tot 4/5 gevuld is. Druk alles goed aan en voeg als laatste nog een toplaagje suiker toe.
  7. Sluit het recipiënt af met een kaasdoek, keukenrol of lichte handdoek zodat er nog luchtuitwisseling mogelijk is.
  8. Zet de afgesloten pot gewoon op kamertemperatuur, nooit in de zon of in de koelkast bewaren. Na 24 u moet de planten-suikermengeling gezakt zijn tot ¾ in de bokaal. Indien dat niet het geval is, verwijder dan een deel van het mengsel zodat de bokaal voor driekwart gevuld is.
  9. Na 5 dagen zal de fermentatie volop bezig zijn en zullen de bladeren onder de vloeistof staan
  10. De snelheid van fermenteren hangt samen met de temperatuur en duurt gemiddeld enkele weken. Als je fermenteert tijdens een hittegolf, zal de fermentatie sneller verlopen.
  11. Als de fermentatie voltooid is, mag je het afzeven. De gefermenteerde restanten kan je gebruiken om aan de dieren te geven, aan je planten in je tuin of bij de composthoop doen.
  12. De liquide vloeistof die je overhoudt, is je natuurlijke plantenvoeding.
Stap 1Stap 1
Stap 2Stap 2
Stap 3Stap 3

Stap 4Stap 4
Stap 5Stap 5
Stap 6

Zelf plantenvoeding te maken: 12 tips & tricks

  • De beste periode om plantenvoeding te maken is in de lente en zomer op het moment dat de planten krachtig groeien.
  • Vruchten en harde, houtachtige plantendelen gaan weinig of geen plantensap geven. Gebruik deze daarom niet. Bladeren, bloemen en zachte schillen kan wel.
  • Gebruik nooit giftige planten.
  • Pluk de bladeren ’s morgens vroeg, liefst met de ochtenddauw erop. Eénmaal de zon op de planten schijnt, zijn er andere chemische processen in de plant gaande. (Fotosynthese)
  • Gebruik de bladeren niet na een zware regenval, de bladeren zijn dan erg vuil en het is beter om de bladeren niet te wassen. Idealiter wacht je twee dagen na zware regen.
  • Gebruik de bladeren meteen na het oogsten. Als je ze te lang laat liggen, gaan veel micro-organismen die op de bladeren aanvankelijk aanwezig zijn, verloren. Die micro-organismen zorgen juist voor de fermentatie. Daarom is het essentieel om verse bladeren te gebruiken.
  • Je kan water toevoegen aan het mengsel in de bokaal maar doe dit enkel als het nodig is. Water verdunt immers je mengeling. De bladeren die je fermenteert, laten in combinatie met de suiker normaal voldoende water los. Gebruik enkel een beetje extra water als de bladeren na enkele dagen niet onder water staan.
  • Gebruik nooit een metalen recipiënt omdat dit reageert met de plantenmengeling.
  • Als de bokaal te vol is, hebben de micro-organismen onvoldoende lucht om goed te fermenteren. Te hard het plantenmateriaal op elkaar duwen, doe je best om dezelfde reden niet.
  • Bewaar de bereide plantenvoeding in een glazen of plastic container waarvan het deksel los is. De micro-organismen in de oplossing zijn levend en blijven gassen produceren, anders kan het exploderen.
  • Heb je verschillende plantenvoedingen gemaakt, dan kan je deze mixen voor gebruik. Meng maximum drie plantenvoedingen met elkaar. Maar bewaar de verschillende oplossingen wel in verschillende recipiënten. Meng ze dus niet om te bewaren.
  • Bewaar de plantenvoeding niet langer dan één jaar omdat ze met de bewaring meer geconcentreerd wordt.

Wat gebeurt er tijdens de fermentatie?

De micro-organismen die op de bladeren aanwezig zijn zorgen voor het fermentatieproces. Het betreft melkzuurpoducerende bacteriën en gisten. Hoe meer van deze micro-organismen, hoe beter de fermentatie zal verlopen. Vandaar dat je ook Microferm kan toevoegen als extra hulpmiddel.

De bruine suiker onttrekt de sappen uit de bladeren en is ook voedselbron voor de vele micro-organismen tijdens het fermentatieproces. De zwakke alcohol die tijdens de fermentatie ontstaat, extraheert chlorofyl en andere plantcomponenten uit de bladeren.

Als zich belletjes beginnen vormen in het recipiënt, is de fermentatie bezig.

Wanneer is de fermentatie voltooid?

Gezien de tijd dat je nodig hebt om te fermenteren, verschillend is naargelang de locatie waar je het doet, is het belangrijk om te weten wanneer de fermentatie voltooid is. Te lang laten fermenteren leidt immers tot een minder goede kwaliteit van de plantenvoeding.

De fermentatie is voltooid als:

  • Het plantmateriaal drijft en de vloeistof naar de bodem is gezakt. Deze scheiding is echter niet altijd duidelijk als er te veel suiker is gebruikt.
  • Als een lichte alcoholgeur is ontstaan door de afbraak van chlorofyl.
  • De vloeistof zoet smaakt, alleszins niet bitter.

Hoeveel plantenvoeding geven aan je (kamer)planten?

In de lente en de zomer kan je de kamerplanten, balkonplanten en tuinplanten voorzien van extra plantenvoeding. Je kan dit aangieten op de grond of vernevelen over de bladeren. Geef elke week deze plantenvoeding aan je kamerplanten à rato van 1 soeplepel plantenvoeding op 10 l water.

Natuurlijke plantenvoeding kopen

Voor wie geen tijd of zin heeft om zelf plantenvoeding te maken, kan bij ons terecht voor verschillende natuurlijke plantenvoedingen voor je kamer- of tuinplanten.

Vega N6: een plantaardige voeding op basis van aminozuren die de planten sterker maken.

Oenosan: een bladmeststof op basis van microfijne kalkdeeltjes.

Microferm: een vloeibare mengeling van actieve bacteriën, schimmels en gisten. Kan als dusdanig verdund over de bladeren van planten verneveld worden. Zo versterk je de bladeren en voorzie je ze van extra micro-organismen.

Brandnetelgier: plantaardige meststof op basis van brandnetels. Omwille van de geur niet aan te raden bij kamerplanten!

Ook interessant om te lezen: