Laden...

Kamerplanten

Groen in huis? Een urban jungle? Het is niet alleen mooi, maar heeft ook veel voordelen. Waar plaats je deze nu het beste? Hoeveel water heeft welke plant nodig? En temperaturen zijn geschikt voor de planten? Op al deze vragen lees je hieronder een antwoord.

... Lees meer

We houden allemaal van groen in huis! Een Urban jungle creëren is niet alleen gezellig maar ook erg functioneel. Onderzoekers van de universiteit in Birmingham ontdekten dat kamerplanten stikstofdioxide (NO2) uit de lucht kunnen halen. Hoe meer kamerplanten, hoe meer stikstofdioxide zou verwijderd worden. Alle kamerplanten zouden dit kunnen. Zeer interessant voor mensen die langs drukke wegen wonen!

Op deze pagina vind je algemene info over kamerplanten zoals standplaats, temperatuur en watergift. Wil je zelf planten vermeerderen? Of hebben je lievelingsplanten last van een ziekte of een plaag? Krijg nu antwoord op al je vragen!

We hebben reeds 30 jaar ervaring in biologische bestrijdingsmethodes en willen je met plezier adviseren.

Kamerplanten kopen? Dit doe je snel en eenvoudig bij 123planten.

Wat is een goede kamerplant?

Elke kamerplant kan een goede kamerplant zijn, het hangt er maar van af waar dat de kamerplant terecht komt. Je moet hem dus de juiste standplaats geven, een goed plekje dat overeenkomt met zijn natuurlijke biotoop en hem vervolgens de juiste verzorging bieden!

Uiteraard zijn er gemakkelijke kamerplanten, het zijn planten die weinig tot geen zorg vragen en zowat overal gedijen. Gemakkelijke planten worden ook niet snel ziek.

Als je kamerplanten koopt, controleer ze op voorhand even op aantastingen Vooral tripsen zijn veel geziene gasten op kamerplanten, al van bij de kweker. Vaak haal je een aantasting in huis via een nieuwe plant. Dus goed controleren en eventueel enkele weken isoleren, kan zeker geen kwaad.

Avage in Zuid-Afrika

Waar moet een plant staan?

De standplaats van kamerplanten is essentieel voor een gezonde groei. Elke kamerplant heeft zijn ideale standplaats net als elke buitenplant in de siertuin. Eigenlijk moet je gewoon kijken waar jouw kamerplant van nature groeit, in welke biotoop. Die natuurlijke biotoop moet je zoveel mogelijk nabootsen in je huis.

Neem bijvoorbeeld deze Agaves die groeien in Zuid-Afrika op hoogte in de volle zon. Wat kunnen we hieruit afleiden? Een Agave is een sterke plant die volle zon en droge lucht kan verdragen in de zomer. Vanaf de herfst en in de winter heeft de plant liefst koele temperaturen maar veel licht. De plant moet niet teveel water hebben en de grond moet tussen gietbeurten goed uitdrogen. Agave kan gemakkelijk rotten door te hoge watergift. Zeker in de winter heeft Agave weinig tot geen water nodig. Agave is dus ideaal voor tweede verblijven in het Zuiden: volle zon in de zomer en in de winter afkoeling tot 6 à 8°C.

Wat is de invloed van licht op kamerplanten?

Licht is zeer belangrijk voor planten! Hebben planten direct zonlicht nodig? Nee, zeker niet. Planten die geen direct zonlicht kunnen verdragen en toch in de zon staan, krijgen gele of bruine vlekken op de bladeren of volledig gele bladeren. De meeste planten gedijen het beste met indirect zonlicht.

Bladeren die afvallen kunnen wijzen op te weinig licht maar dit hoeft niet noodzakelijk de reden te zijn. Vooral als de onderste bladeren vergelen en afvallen, is dit meestal van ouderdom en mogen ze gewoon verwijderd worden.

Indien kamerplanten tussen maart en oktober niet groeien, hebben ze waarschijnlijk lichtgebrek.

Er zijn kamerplanten die het zowel goed doen in de volle zon als in de schaduw maar dat zijn uitzonderingen. Dat zijn wat we noemen de ‘gemakkelijke’ kamerplanten waar je niet naar moet omkijken, die weinig water nodig hebben en overal gedijen. Voorbeelden van makkelijke planten voor de vensterbank: Chlorophytum comosum (graslelie), rhipsalis soorten en Sansevieria’s.

Hertshoorn in Columbia

Wat is indirect zonlicht?

Indirect zonlicht is gefilterd licht. In de natuur gaat het om planten die omringd worden door grotere planten en maar een aantal uren per dag zonlicht ontvangen.

Planten die direct voor het raam staan op het zuiden, oosten of westen krijgen naargelang de seizoenen volle zon. Op dat moment krijgt de plant direct zonlicht. Met indirect zonlicht wordt bedoeld dat de plant toch voldoende in het licht staat maar niet in volle zon.

Met elke meter dat een plant verder van het raam weg staat, vermindert de lichtintensiteit met ongeveer 20%.

De grootte van het raam, de afstand tot het raam en de seizoenen zijn bepalend voor de hoeveelheid licht dat binnen komt.

Hoeveel licht jouw plant nodig heeft, is afhankelijk van de soort. Hieronder een top tien van planten volgens standplaats.

Crassula

Kamerplanten die volle zon verdragen

Voorbeelden: Agave, Aloë soorten, cactussen, Yucca, Sansevieria, Beaucarnea (olifantspoot), Strelitzia, Ficus Lyrata (met dik blad), Phoenix roebelenii, Crassula. Deze kamerplanten kunnen ook op een vensterbank op het oosten staan.

Planten die in volle zon kunnen gedijen, kunnen ook op een lichte standplaats groeien.

Tip: Het is belangrijk om planten die in volle zon komen te staan, eerst langzaam te laten aanpassen aan volle zon. Daarom is het interessant om planten te kopen in de lente of herfst zodat ze de standplaats in volle zon in de zomer gewoon zijn. Of je plaatst de kamerplanten eerst naast het raam of verder in de woonkamer en stilletjes dichterbij het raam in volle zon.

Anthurium

Halfschaduw kamerplanten

Deze kamerplanten houden van een lichte standplaats met indirect licht. Ze staan naast het raam of enkele meters van het raam weg. Transparante gordijnen kunnen ook zorgen voor meer diffuus licht. Deze planten staan ook ideaal voor het raam op het noorden.

Kamerplanten met gekleurde bladeren verdragen sowieso geen direct zonlicht. De kleur van de bladeren gaat dan verbleken.

Voorbeelden: Scindapsus, Peperomia, Orchideeën, Anthurium, Alocasia, Croton, Palmen, Trandescantia, Schefflera, Ficus met kleine blaadjes, Zamioculcas, Pachira.

Calathea

Kamerplanten die weinig licht nodig hebben

Schaduwplanten zijn geen planten die je in een donkere ruimte zonder ramen zet. Ook deze planten hebben indirect zonlicht nodig maar maximum 2 u per dag.

Voorbeelden: Kentia palm, Sansevieria (kan overal staan), Calathea, Rhapis, Caryota mitis, Dracaena janet, Aglonaema, Philodendron…

Philodendrons moet je wel regelmatig eens verplaatsen om te vermijden dat ie met lange stengels gaat groeien.

Hoe koud mag een kamerplant staan?

Wat wij als kamerplanten kopen, zijn planten die van nature uit tropische of subtropische gebieden komen. Dit komt qua temperatuur normaal overeen met onze woonkamers en burelen. Kamerplanten vragen in principe een normale kamertemperatuur d.w.z. tussen 19 en 24 °C gemiddeld overdag, ’s nachts mag het nog enkele graden kouder zijn.

Kamerplanten die constant te koud staan (14-16°C), gaan afsterven op termijn.

Cactus

Welke kamerplant kan tegen kou en warmte

Planten die in de zomer warm verdragen en in de winter koude, zijn sterke kamerplanten. Ze kunnen temperatuurverschillen aan die de meeste kamerplanten niet verdragen.

De grootste valkuil bij deze kamerplanten is de watergift. De planten hebben zeer weinig tot geen water nodig in de winter. Vooral ook de overgang van zomer naar herfst moet je de watergift al serieus verminderen. Ik zelf heb al meer dan 10 jaar Sansevieria’s staan, ik geef ze zelfs in de zomer maar 1 keer water op een maand en ze bloeien elk jaar met heerlijk geurende bloemen.

Voorbeelden: Agave, Yucca, Clivia, Fatsia, Kalanchoë, Hedera, Sansevieria, cactussen en vetplanten.

Cactussen en vetplanten groeien van nature in de woestijn dus ze kunnen in de dag tegen de volle zon en in de nacht tegen koude.

Hoeveel water geven aan kamerplanten?

Zeer belangrijke vraag want teveel water geven is de belangrijkste doodsoorzaak bij kamerplanten!

Eigenlijk is het eenvoudig: je kijkt waar de kamerplant oorspronkelijk vandaan komt en zo weet je of de plant veel of weinig water nodig heeft. Een plant die in de woestijn groeit of in het tropisch regenwoud, heeft uiteraard een andere waterbehoefte.

Er zijn echter uitzonderingen zoals palmen: ze groeien in droge klimaten waar weinig regen valt en toch hebben ze veel water nodig. In de natuur halen ze dankzij hun diepe wortels het water in de ondergrond.

Spatimhillum

Planten worden opgedeeld volgens hun vochtbehoefte

Potgrond nat houden betekent dat de potgrond altijd vochtig voelt. Let op: maak er geen modder van. Het betekent ook niet dat je constant water moet geven!

Onderaan in de pot droogt de grond minder snel uit dan bovenaan. Geef dus regelmatig in kleine hoeveelheden water.

Steek je vinger in de aarde om te voelen of de grond nog aan je vinger plakt, wacht dan met water geven tot dit niet meer het geval is. Deze planten vragen dus constant een licht vochtige grond zoals een vochtige bosgrond.

Voorbeelden: Asparagus, Strelitzia, Spatiphyllum, Ficus, Schefflera, Croton, Anthurium, Areca, Phoenix, Alocasia…

Monstera

Matige watergift betekent dat je de potgrond tussen twee waterbeurten effectief laat uitdrogen en pas enkele dagen na het uitdrogen de kamerplant terug begiet.

Orchideeën worden het liefst enkele uren met hun voeten in het water gezet om vervolgens terug in de cashpot terecht te komen.

Voorbeelden: Monstera, Philodendron, Dracaena, Aglaonema, Orchidee, Araucana….

Rhimsalis

Weinig water geven houdt in dat de potgrond nog langer mag uitdrogen tussen twee waterbeurten: dit kan gemakkelijk tot 2 à 4 weken zijn in de zomer, in de winter zelfs maanden.

Gemakkelijk om te onderhouden maar je moet dan ook effectief het kunnen nalaten om water te geven. Bij teveel water krijg je anders wortelrot.

Voorbeelden: Crassula, Yucca, Aloë, Rhipsalis, Sansevieria, Beaucarnea, Opuntia, Agave….

Hoe vaak moet ik water geven aan mijn kamerplanten?

Afhankelijk van de vochtbehoefte van de plant moet je dus meer of minder water geven. Als jouw planten in eerste instantie de juiste standplaats heb gekregen, ben je al goed begonnen. Op dat moment kan je de richtlijnen volgens de vochtbehoefte volgen, zoals hierboven beschreven.

Staan je planten niet op de juiste plaats? Dan wordt het lastiger want naargelang ze teveel zon krijgen, of juist te weinig daglicht of in een te warme of te koude ruimte staan, ga je dus meer of minder water moeten geven.

Teveel water geven leidt heel vaak tot aantasting van rouwvliegjes. Meer weten over rouwvliegjes of varenrouwmug?

Algemene tips bij het water geven

  • Gebruik indien mogelijk regenwater. Dit bevat minder kalk dan kraantjeswater.
  • Water op kamertemperatuur is altijd beter dan koud kraantjeswater.
  • Giet altijd op de potgrond of rechtstreeks in de pot
  • Zorg dat het overtollige water kan afgevoerd worden. Hetzij door potten te kopen die een dergelijk systeem hebben geïntegreerd, hetzij door een plastic pot in de eigenlijke cache-pot te zetten. Dit is zeer belangrijk!
  • In de winter is het kouder en er is minder zonlicht waardoor de planten veel minder water nodig hebben.
pot met cache-pot in
afwatering in de pot

Welke voeding voor je kamerplant kiezen

We adviseren om net als in de tuin, je planten hoofdzakelijk te voeden met een organische bemesting.

Let op: hiermee bedoel ik niet organische handelsmeststof in zakjes of doosjes maar wormenaarde of zelfgemaakte compost. Waarom dit zo belangrijk is, lees je bij ons bodemverhaal?

Zelf plantenvoeding maken om te verpotten

Wil je je planten verpotten? Maak dan een mengeling van goede potgrond, wormenaarde en lavameel. Dit geeft jouw kamerplanten de noodzakelijke voedingsstoffen voor het hele groeiseizoen.

Hoe maken? Meng 50 l potgrond met 5 l wormenaarde en doe hierbij twee handjes vol lavameel. Alles zeer goed mengen en je potten daarmee vullen.

De wormenaarde bevordert het bodemleven gezien het massa’s gunstige micro-organismen bevat evenals een rijk gamma aan sporenelementen. Dit in combinatie met lavameel zorgt voor een levende en voedzame grond.

Verpotten

Hoe kamerplanten verpotten

Kamerplanten kunnen 1 tot 2 jaar in dezelfde pot blijven staan. Dit is afhankelijk van hoe sterk de wortels groeien. Als de pot vol wortels zit of wortels uit de pot groeien, is het tijd om te verpotten. Verpotten doe je in het voorjaar als de groei van de planten terug op gang komt. Daarmee hebben je kamerplanten voeding voor het hele groeiseizoen en hoef je geen vloeibare meststof bij te geven.

Bij het verpotten kies je een pot die enkele centimeters groter is dan de oorspronkelijke pot. Zet de kamerplant dus niet in een overdreven grote pot. Dit leidt tot teveel wortelgroei en bovendien is dit niet esthetisch.

Extra meststof voor je kamerplanten nodig?

Als je de planten verpot hebt met een mengeling van potgrond, wormenaarde en lavameel, hoef je hetzelfde jaar geen extra voeding te geven. De micro-organismen in de wormenaarde zorgen ervoor dat de voedingsstoffen uit de wormenaarde ter beschikking komen voor je planten. En dat is ruim voldoende.

Wil je het jaar nadien de planten niet verpotten, leg dan een nieuw laagje wormenaarde van enkele centimeters bovenop je bestaande potgrondmengeling. Met het water geven zal de wormenaarde langzaam insijpelen en voeding vrij geven aan de planten.

De meeste courante vloeibare meststoffen zijn chemische meststoffen. Ze zijn zuur en vernietigen het bodemleven dat in de wormenaarde aanwezig is. Je kamerplanten hebben die chemische meststoffen niet nodig en kunnen dit in die hoge mate ook niet opnemen.

Teveel meststof leidt integendeel tot zwakke planten die gemakkelijk ongedierte aantrekken of schimmels krijgen.

Vega N6 vloeibare meststof

Wil je een vloeibare meststof gebruiken, kies dan voor onze plantaardige bladmeststof Vega N6.

Deze vloeibare biologische meststof is volledig van plantaardige oorsprong (dus niet van dierlijke of chemische oorsprong) op basis van aminozuren. Aminozuren maken planten sterker, ze verhogen de stressbestendigheid van planten en zorgen dat de voedingsstoffen beter worden opgenomen. Met Vega N6 ga je je planten helpen zichzelf beter te voeden.

Stikstof bevordert groene bladeren. Het is een meststof die kan aangegoten worden maar de voorkeur gaat naar vernevelen als bladbemesting.

Wipe & Clean

Speciale voeding voor kamerplanten

Biogroei biedt in haar gamma een speciale bladvoeding aan met name Microferm en Wipe&clean. Het gaat hier niet om een vloeibare meststof maar om een plantversterkend middel. Gezien wij 100 % inzetten op preventie en ziektes voorkomen, past dit voor ons perfect in de verzorging van kamerplanten.

Microferm en Wipe&Clean bevat Effectieve micro-organismen (EM). De bedoeling is om de planten om de twee weken met een verdunning van microferm of Wipe&clean te benevelen. De effectieve micro-organismen zorgen voor een gunstig microklimaat op de bladeren van de planten waardoor schadelijke schimmels en insecten minder kansen krijgen.

De meeste mensen vernevelen de planten regelmatig met water. Waarom zou je er niet EM bij doen? Je kan de wipe&clean trouwens eerst gebruiken om te poetsen en daarna kan je het aan je planten geven! Van duurzaamheid gesproken!

Hoe verzorg ik mijn kamerplanten in de winter

Dit is zeer eenvoudig, laat ze met rust! In de winter is er minder licht en daardoor gaan de kamerplanten letterlijk in rust. Geef ze geen extra voeding en verplant ze niet in deze periode. Geef ze zo weinig mogelijk water. In de winter moet je nog meer dan in de zomer opletten om niet te veel water te geven.

Waarom gaan mijn planten dood in de winter?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je planten in de winter afsterven:

  1. Planten staan misschien te donker.
  2. In de herfst en winter neemt de lichtintensiteit af en daardoor is het mogelijk dat planten te weinig daglicht krijgen terwijl ze in de zomer wel goed op die bepaalde plaats gedijen.

  3. Teveel water geven.
  4. Vanaf de herfst vermindert de lichtintensiteit en gaan de planten minder bladeren aanmaken. Het is dan de moment om planten minder water te geven. De meeste planten hebben in de winter maar één watergift per maand nodig. Als planten dood gaan, is dat meestal de reden.

  5. Te warm en te droog.
  6. Een andere reden kan de verwarming zijn. Zeker in moderne huizen waar vaak vloerverwarming ligt, kunnen planten letterlijk afzien. Sommige planten zoals vetplanten, cactussen en yucca’s kunnen die warmte aan maar de meeste kamerplanten niet. Zet daarom de planten in de winter op bijzettafeltjes of op een verhoogje.

    Deze periode is het ook belangrijk om te zorgen dat de luchtvochtigheid van je ruimte voldoende hoog is. Tropische planten die graag een hoge luchtvochtigheid hebben, kunnen in de winter last hebben van te droge lucht.

  7. Teveel voeding geven.
  8. In de herfst en winter moet je geen kamerplanten verpotten. Dit doe je in de lente als er terug meer licht is en de groei herstart. In de winter stop je ook met kamerplanten extra voeding te geven. De plant is in rust en heeft weinig nodig, zeker geen meststoffen. Hierdoor kun je de wortels van de planten beschadigen.

Variëgatie in kamerplanten

Wil je hier meer over weten, lees hierover in ons kenniscentrum.

Zelf kamerplanten vermeerderen

Misschien ben je ondertussen wel een echte plantenliefhebber geworden en wil je zelf je planten stekken. Dat is een goed idee!

Kamerplanten gaan niet eeuwig mee zoals trouwens niets in de natuur. Na een tijd zijn ze letterlijk aan vervanging toe en dan is het leuk en goedkoop als je zelf de planten kunt verjongen en vernieuwen.

De beste periode om kamerplanten te vermeerderen is van maart tot juni. Op zich is dit helemaal niet moeilijk. Bij de ene moet je alleen wat meer geduld hebben dan bij de andere!

Kamerplanten kunnen via verschillende manieren vermeerderd worden. Dit kan door te stekken (stengelstek of bladstek), door te scheuren of door jonge plantjes die spontaan aan de moederplant groeien, uit te planten.

vermeerederen via scheuren

Kamerplanten vermeerderen via scheuren

Bonte varianten van kamerplanten ga je best scheuren. Als je bonte varianten stekt, gaan ze namelijk hun kleur verliezen en krijg je groene stekken. Dus dat is niet wat je wenst…

Hoezo, scheuren?

Scheuren is echt heel eenvoudig. Zoals het woord het al zegt, scheur je de wortelkluit in twee of meerdere stukken. Je bepoedert de wortels met Oenosan en plant ze direct in aparte potten in een goede potgrond. De grond houd je de eerste weken goed vochtig tot de hergroei gestart is. Oenosan zal de hergroei bevorderen.

Vermeerderen via babyplantjes

Vermeerderen via babyplantjes

Heel wat vetplanten kunnen gemakkelijk vermeerderd worden via kleintjes die de moederplant aan de voet vormt. Je kan de kleine plantjes gewoon losmaken van de grote moederplant. Ik plant ze zelf in gewone potgrond en geef ze geen wormenaarde of andere voedingsstoffen. Als je ze voldoende vochtig houdt, zullen ze de komende weken of maanden wortelen.

Aloë Vera, ananasplant, bananenplant, pannenkoekplant enz. maken allemaal nieuwe stekjes in de potgrond. Zitten er nog geen wortels aan de babyplantjes, dan kan je ze eerst in water laten wortelen maar meestal is dit niet nodig en kan je ze rechtstreeks in de potgrond of zaai- en stekgrond planten. Uiteraard vochtig houden!

Een kamerplant die je super gemakkelijk kan vermeerderen is graslelie.

Deze planten kan je via afleggers vermeerderen. Je zet een potjes met potgrond langs de moederplant. Buig de lange scheut met de kleine plant naar de nieuwe pot en duw het kleine plantje in de potgrond. Dit alles zonder de lange scheut van de moederplant te verwijderen. De aflegger gebruikt de energie van de moederplant om zelf wortels te vormen. Zo vlug er wortels gevormd zijn, kan je de aflegger door knippen.

Of je kan de babyplantjes die aan uitlopers verschijnen, gewoon afknippen en op water zetten; zodra ze wortels hebben gemaakt, verplant je ze in een potgrondmengeling.

Stengelstekken

Dit is de meest gebruikte methode om planten te vermeerderen. Stengels van kamerplanten kan je stekken op water of in potgrond. Sommige planten kan je alleen in de grond stekken omdat ze op water gemakkelijk rotten.

Zo ga je te werk bij stekken:

  • Snijd met een scherp mes de stek net onder een bladknoop af
  • Haal het onderste paar bladeren weg indien die er zijn
  • Zet de stek zo’n 3 cm diep in potgrond of stekgrond of laat de stek eerst wortelen op water.
  • Houd de potgrond licht vochtig of ingeval van water, ververs het water regelmatig. Je kan ook enkele druppels microferm in het water doen, je water blijft dan langer proper.
  • Zorg dat je flesjes met water voldoende groot zijn voor de groeiende worteltjes.

De stekken gaan nu zelf wortels maken. Wacht geduldig tot je nieuwe groei ziet.

Afhankelijk van de plantensoort kan dat heel snel of net heel langzaam gaan. Stekken lukt niet altijd. Vaak geef je teveel of te weinig water. Er kan ook te weinig lichtinval zijn. Stekken staan best niet in de zon maar wel op een lichte standplaats. Liefst niet op de vensterbank omwille van het directe zonlicht en de temperatuurschommelingen.

Stekken van kamerplanten

Hoe maak je een bladstek?

Heeft de kamerplant geen stengels maar alleen blad, dan kan je een bladstek nemen.

Een mooi voorbeeld hiervan is Sansevieria. Ook veel vetplanten hebben geen stengels.

Er zijn ingeval van bladstekken twee opties: je werkt met het volledige blad of met een stukje van het blad.

Stekken met volledig blad

  • Snij een blad van de plant
  • Vul een pot met zaai- en stekgrond
  • Druk het uiteinde (de kant van de snee) in de potgrond zodat het blad rechtop staat of tegen de rand van de pot leunt.

Tip: om een bladstek te nemen van een vetplant, laat je het blad eerst enkele dagen drogen.

Stekken met deel van het blad

  • Met een scherp mes snijd je een stuk van het blad ( 6 cm) dat je wilt stekken
  • Vul de pot met zaai- en stekgrond
  • Steek het bladstuk voor ongeveer de helft in de potgrond

Stamstekken

Soms worden kamerplanten onderaan helemaal kaal of ze hebben geen mooi blad meer bovenaan.

Dan kan je de plant terug gezond maken door te werken met hun stam. Zo kan je een Yucca gewoon kaal snoeien, alle bladeren weg tot op de stam en je zal zien dat hij na een maand terug nieuwe scheuten zal maken.

Je kan planten zoals Dieffenbachia en Dracaena ook stekken met delen van hun stam.

  • Snijd de kale stam in stukken van 7 cm met een snoeischaar
  • Vul potjes met zaai- of stekgrond of potgrond
  • Steek nu de stamdelen verticaal voor de helft in de grond
  • Houd vochtig tot dat de stamdeeltjes terug wortel hebben geschoten

Tip: je kan de stamdeeltjes ook eerst een tijd in water zetten vooraleer in de potgrond te planten. Dit bevordert de wortelgroei.

Ziekten bij kamerplanten

Zo vlug het buiten warmer wordt en daardoor ook de temperatuur in de huiskamer stijgt, bestaat er meer risico dat je kamerplanten aangetast worden door schadelijke insecten.

Er zijn heel wat schadelijke insecten die kamerplanten kunnen belagen maar de meest voorkomend zijn spint, wolluis en trips. Enerzijds heb je de schade die zichtbaar is op de bladeren maar anderzijds zie je ook kleine beestjes die – als je ze goed bekijkt – duidelijk verschillend zijn van elkaar. Weet je niet met zekerheid waarvan je last hebt, stuur ons dan enkele foto’s dan zullen we even met jou meekijken.

Chrysop kaartje

Chrysop, ideaal voor kamerplanten

Ons product Chrysop kan ingezet worden tegen de meest voorkomende plagen op kamerplanten. Bladluis, wolluis, spint, tripslarven, eitjes en larven van witte vlieg kunnen hiermee bestreden worden. Chrysop bevat eitjes van de groene gaasvlieg die op hangkaartjes zijn gekleefd. Deze kaartjes hang je in de planten. Uit de eitjes komen na enkele dagen larfjes die op zoek gaan naar de schadelijke insecten. Weet je het dus niet welke aantasting je hebt en wil je toch snel schakelen, kies dan voor Chrysop.

Meer weten over Chrysop?

Ben je bereid om je meer te verdiepen? Voor elk schadelijk insect bestaan immers specifieke nuttige bestrijders. Bovendien hebben we roofmijten in kweekzakjes die preventief kunnen gebruikt worden tegen spint en trips. De beste keuze als je geen bladschade aan je kamerplanten wilt krijgen!

Wil je meer weten over de verschillende schadelijke insecten en de biologische oplossingen, lees dan zeker verder.

Spint aantasting

Spint op kamerplanten

Schade van spint op kamerplanten

Spint op kamerplanten herken je bij een beginnende aantasting aan gele puntjes of beige verkleuringen in het bladweefsel. De spintmijten zijn millimeter klein en zuigen plantensappen uit de bladeren. De leeggezogen cellen zorgen dat het blad verkleurd.

Spint mijt

Bonenspintmijt is de meest voorkomende soort. Je herkent ze door twee donkere vlekken aan de zijkant van haar lichaam. Als je met het blote oog kijkt, zie je meestal enkel de donkere vlekken omdat het lichaam van de spint beige doorschijnend van kleur is. Er vormen zich na verloop van tijd webben tussen de bladeren en bladeren verdorren. Dan is de aantasting al ver gevorderd!

Verder zijn de orchideeënmijt en palmmijt berucht in kamerplanten. Dit zijn platte, ovale mijten die rood, geel of groen gekleurd zijn. Ze komen voor op de onder- en bovenzijde van liefst dikke of vlezige bladeren en veroorzaken er kleine zilverachtige vlekjes die later bruin verkleuren.

Alles lezen over spint?

Hoe spint biologisch bestrijden op kamerplanten?

Je wilt toch niet voortdurend chemisch spul spuiten in een woonkamer waar je zelf leeft, toch? Gelukkig kan je op een gezonde en effectieve manier spint bestrijden met roofmijten.

Bij Biogroei kan je verschillende roofmijten kopen, zowel in kweekzakjes als in strooikokers en dit alles in kleine en grote hoeveelheden. Wat heb jij nodig in jouw situatie?

Kweekzakjes tegen spint

Weinig of geen spint

Misschien ben je wel iemand die de kamerplanten heel vaak controleert en merk je de eerste spintmijten direct op. In dit geval kan je werken met kweekzakjes tegen spint. We verkopen dit onder de merknaam Soni-mite.

Het voordeel van kweekzakjes is dat er letterlijk een kweek van roofmijten in de zakjes plaats vindt waardoor de roofmijten langzaam uitlopen op de bladeren van de kamerplanten. De kweekzakjes hebben een haakje waarmee ze gemakkelijk aan de planten kunnen opgehangen worden. Ze worden dus preventief gebruikt zonder dat er spint aanwezig is of bij zeer weinig aantasting.

Preventief hangen we 1 kweekzakje per 4-5 kleine plantjes (moeten elkaar raken), 1 kweekzakje per 2 planten van 60 cm en 2 tot 3 kweekzakjes bij grote en heel grote planten. Heb je een plant met een reeds beginnende aantasting, hang dan altijd 2 tot 3 kweekzakjes aan die plant afhankelijk van de grootte.

Gedurende 5 weken gaan de roofmijten de spintmijten leegzuigen. Na 5 weken zijn de kweekzakjes uitgewerkt en moeten ze vervangen worden als je jouw planten verder wilt beschermen tegen spint.

Phyto-mite roofmijten tegen roofmijten

Spint in kweekkas binnen

Als je spint in je kweekkas hebt, gebruik dan Phyto-mite. In een kas is het over het algemeen vrij warm en heb je een hoge luchtvochtigheid. Voor Phyto-mite roofmijten zijn dit de ideale omstandigheden. Phyto-mite werkt het best tussen 22 en 28°C bij een luchtvochtigheid van 60-80%.

Ook in een huiskamer kan je phyto-mite gebruiken. Benevel je planten dan regelmatig met water (al dan niet gemengd met Microferm) of plaats een kom met water op de verwarming zodat de luchtvochtigheid stijgt.

Heb je bloeiende kamerplanten met spint, gebruik dan altijd Phyto-mite.

Spint in huiskamer

Heb je wisselende temperaturen en wisselende luchtvochtigheid in je leefruimte of bureel, gebruik dan Forni-mite ingeval van spint op je kamerplanten. Forni-mite kan veel beter tegen temperatuurschommelingen dan Phyto-mite en heeft een minder hoge luchtvochtigheid nodig.

Heb je al een redelijke aantasting van spint, gebruik dan ons spintbestrijdingspakket. Dit is een combo van Phyto-mite en Forni-mite.

Chrysopa strooikoker

Heel veel spint

Heel veel spint betekent veel webben en veel aangetaste bladeren met onder de bladeren veel kleine spintmijten. Als de kamerplant onder de webben zit, kan je overwegen om ze gewoon weg te gooien. Heeft ze voor jou heel veel waarde en wil je ze absoluut redden, kan je als laatste je toevlucht nemen tot larven van Chrysopa. Larven van Chrysopa worden per 1000 st aangeboden in een strooikoker. Het zijn echte veelvraten. Geef de larven 3 weken de tijd om je plaag op te ruimen, mogelijks moet je nog een tweede keer herhalen gezien de zware aantasting.

Chrysop kaartje

Heb je maar een paar kleine planten die zwaar aangetast zijn, kies dan om eitjes van Chrysopa te kopen onder de merknaam Chrysop. De eitjes zijn op kaartjes gekleefd, de kaartjes hang je eenvoudig in de kamerplanten. Na enkele dagen op kamertemperatuur komen de larven van Chrysopa uit de eitjes gekropen en gaan ze de spintmijten op je kamerplanten verorberen.

Verschil tussen beide producten: bij Chrysopa zijn de larven direct actief, bij Chrysop moet je 2 tot 5 dagen geduld hebben vooraleer de larven uit de eitjes komen.

Trips op kamerplanten

Tripsen zijn een echte plaag geworden op kamerplanten. Sinds de kwekers minder breedwerkende insecticiden tot hun beschikking hebben, komen er meer en meer kamerplanten in de verkoop terecht die aangetast zijn door trips.

Schade van trips op kamerplanten

Trips en spintschade wordt nogal eens verward. Ook tripsen zuigen plantencellen leeg waardoor er aan de bovenkant van het blad verkleuringen ontstaan.

Tripsschade

Hoe herken ik trips?

  • Beige verkleuringen van het blad zoals bij spintaantasting.
  • Wit- en grijsverkleuringen van het blad.
  • Vette, sappige bladeren vertonen verkurkingen in de bladeren.
  • Bruine randen aan het blad. Opletten want het kan ook een bladvlekkenziekte zijn of een gevolg van teveel water geven of slechte standplaats!
  • Typisch voor trips: de uitwerpselen van de volwassen tripsen zie je als zwarte stippen op het blad.

Wil je zeker zijn dat het om trips gaat, ga dan op zoek naar het insect zelf. Volwassen tripsen kunnen verschillende kleuren hebben van beige, bruin tot zwart of bestaande uit verschillende kleurschakeringen. Tripsen zie je als kleine streepjes op het blad zitten. Ze kunnen een beetje opvliegen.

Larven van trips

Nog minder zichtbaar maar zeker niet minder schadelijk, zijn hun larven. Dit lijken miniscuul kleine worstjes die op het blad zeer langzaam voortbewegen. Ook larven hebben verschillende kleuren naargelang de trips soort gaande van wit, geel, beige en bruin.

Alles weten over trips?

Welke planten zijn gevoelig aan trips?

Monstera soorten, Tradescantia soorten, Calathea’s, Anthuriums, Ficussen, orchideeën, bananenplant, citrusplanten, schefflera, mandevilla, rozen, gerbera… Deze opsomming is zeker niet volledig. Sommige tripssoorten komen op een brede waaier van kamerplanten voor.

Hoe trips biologisch bestrijden op kamerplanten?

Tripsen haal je vaak in huis met een nieuwe plant. Het is daarom interessant om nieuwe planten enkele weken te isoleren vooraleer ze bij je andere kamerplanten te zetten.

Heb je last van trips, dan vraagt dit een grondige en vooral volhardende aanpak. Als de plaag bestreden lijkt, kan je best overschakelen naar kweekzakjes tegen trips om te vermijden dat de trips toch terug de kop opsteekt.

Gezien tripsen zo frequent voorkomen en moeilijk bestrijdbaar zijn, gebruiken veel mensen de kweekzakjes preventief. Zo vermijd je immers dat er een plaag van trips kan ontstaan.

Dus naargelang je situatie, moet je de tripsen op een andere manier aanpakken. Hierbij een overzicht.

Kweekzakjes tegen trips

Weinig of geen aantasting van trips

Als je je planten enkele keren bij week controleert en je isoleert nieuwe planten, is de kans groot dat je de eerste tripsen of tripslarven opmerkt. In dat geval knijp je de volwassen tripsen direct dood en hang je kweekzakjes tegen trips.

Het voordeel van kweekzakjes is dat er letterlijk een kweek van roofmijten in de zakjes plaats vindt waardoor de roofmijten langzaam uitlopen op de bladeren van de kamerplanten. De kweekzakjes hebben een haakje waarmee ze gemakkelijk aan de planten kunnen opgehangen worden.

Preventief hangen we 1 kweekzakje per 4-5 kleine plantjes (moeten elkaar raken), 1 kweekzakje per 2 planten van 60 cm en 2 tot 3 kweekzakjes voor grote en heel grote planten. Heb je een plant met een reeds beginnende aantasting, hang dan altijd 2 tot 3 kweekzakjes aan die plant, afhankelijk van de grootte van de plant.

Cucumeris roofmijten

Larven van trips op meerdere planten maar weinig of geen volwassen tripsen

Zie je larven van trips op verschillende kamerplanten, gebruik dan cucumeris roofmijten. Deze roofmijten eten eitjes en larven van trips maar geen volwassen tripsen. Als je volwassen tripsen ziet, nijp ze dan direct dood. Zet geen Orius uit want deze zal snel sterven bij gebrek aan voedsel.

Veel larven van trips op veel kamerplanten en weinig volwassen tripsen

In dit geval combineer je de roofmijten cucumeris met Chrysop kaartjes of een pot chrysopa, afhankelijk van de aantasting en de hoeveelheid aangetaste planten. De larven van Chrysopa eten graag de grote larven van trips. Heb je meer dan 20 kamerplanten aangetast, gebruik dan de strooikoker Chrysopa. Bij minder dan 20 planten kan je Chrysop kaartjes ophangen. Volwassen tripsen dood nijpen.

Orius roofwantsen

Veel volwassen tripsen en veel aangetaste kamerplanten

Als je in deze situatie zit, kan je Orius roofwantsen uitzetten in combinatie met Cucumeris roofmijten. Orius eet de volwassen tripsen maar voedt zich ook met de oudere tripslarven. Voor de eitjes en de jonge larven van trips te bestrijden, combineer je Orius met de roofmijten Cucumeris. Zo werk je op alle stadia van de trips.

Tip: Gebruik deze roofwants enkel als je veel kamerplanten (meer dan 50) hebt en veel volwassen tripsen. De planten moeten gegroepeerd gezet worden zodat er een soort biotoop gecreëerd wordt. Anders zullen de roofwantsen snel afsterven bij gebrek aan voedsel of weg vliegen.

Opgelet: Gebruik geen Chrysop kaartjes in combinatie met Orius.

Wolluis op kamerplanten

Wolluizen kunnen eigenlijk op alle kamerplanten voorkomen hetzij op de bladeren, hetzij op de wortels.

De besmetting gebeurt meestal via de mens of via planten die al een verdoken aantasting hadden op het moment dat je ze kocht.

Wolluis op kamerplant

Hoe ziet wolluis eruit?

In eerste instantie zie je witte pluisjes op de bladeren of stengels van de kamerplant. Dit zijn de eizakjes van de wolluis. Als je goed gaat kijken, zie je ook ovaalachtige witte insecten die traag voortbewegen. Soms met een lange staart (langstaartwolluis), soms precies zonder staart (citruswolluis); er zijn dus verschillende wolluissoorten maar ze kunnen allen biologisch worden bestreden.

Wolluis zuigt zoals de meeste insecten plantensappen uit de bladeren en stengels van de kamerplanten. Het teveel aan suikers in de plantensappen, scheiden ze terug uit. Hierdoor ontstaan plakkerige bladeren waarop een zwarte schimmel gaat groeien.

Meer weten over wolluis?

Welke planten zijn gevoelig voor wolluis?

Ananas, orchideeën, cactussen, passiebloemen, bromelia’s, olijfbomen, crassula soorten, Aloë soorten, palmen, yucca en bananenplanten (Musa).

Citruswolluis veroorzaakt veel schade op potplanten zoals ficus, palmen, schefflera, croton en kalanchoë, maar ook in roos en gerbera.

Langstaartwolluis komt vooral voor op croton, orchideeën en citrusplanten.

wolluis vs Chrysop

Hoe wolluis biologisch bestrijden op kamerplanten?

Wolluis kan je bestrijden met larven van de groene gaasvlieg.

Er zijn twee opties: onder de merknaam Chrysopa leveren we 1000 larven in een strooikoker met boekweitschilfers of onder de merknaam Chrysop koop je 5 of 20 kaartjes met eitjes van Chrysopa. De larven komen uit de eitjes als de kaartjes enkele dagen op kamertemperatuur hangen.

De strooikoker Chrysopa is interessant als je echt heel veel wolluis hebt en veel aangetaste planten. In alle andere gevallen voldoet Chrysop. De Chrysop kaartjes zijn ook gemakkelijker in gebruik.

Advies: een behandeling met Chrysopa of Chrysop wordt best na een maand herhaald. Wolluis verschuilt zich in alle mogelijke hoekjes van de plant en kan van daaruit weer nieuwe haarden opbouwen.

Tip: Bij weinig wolluis veel larven van chrysopa uitzetten, geeft geen goed bestrijdingsresultaat omdat de larven veel voedsel nodig hebben en bij gebrek aan voedsel elkaar opeten.

Bladluis vs nuttigen

Bladluizen op kamerplanten

Er zijn veel verschillende soorten bladluizen die kamerplanten kunnen belagen. Deze allemaal beschrijven zou ons in dit kader te ver leiden. Witte bladluis op kamerplanten kunnen voorkomen maar kijk voor zekerheid of het niet gaat om witte vlieg.

Bladluis kan via kleding, luchtverplaatsingen en huisdieren worden binnengebracht. Planten met dunne blaadjes zijn gevoeliger voor bladluizen dan dikke, vlezige bladeren. Soms komt er een aantasting door verkeerde standplaats, verkeerde watergift of de soort meststof die je gebruikt. Lees hierover meer bij de rubriek Welke voeding voor je kamerplanten kiezen?

Meer weten over bladluis?

Vervellingshuidjes van bladluis

Is bladluis schadelijk?

Als je er vlug bij bent en je hebt maar enkele bladluizen op jonge scheutjes, knijp ze dat direct dood met je vingers. Mogelijks heb je daarmee het probleem al opgelost.

Gezien bladluizen geen eitjes leggen maar steeds levendbarende babybladluizen produceren, kan je het gemakkelijk opvolgen. Heb je toch een grotere aantasting, grijp dan best in. Teveel bladluizen gaan de algemene groei van de planten remmen maar kunnen ook zorgen voor misvormingen van bladeren en bloemen.

Het vervelendst is dat de bladeren van de kamerplanten plakkerig worden. Samen met het plantensap nemen de bladluizen suikers op. Het teveel aan suikers scheiden ze terug uit en zorgt voor die plakkerige toestand. Hierop groeit nadien een zwarte roetdauwschimmel. De zwarte schimmel is dus een gevolg van de bladluizen.

Tip: meestal worden de vervellingshuidjes van de bladluis sneller opgemerkt dan de bladluizen zelf!

Adalia, larven van lieveheersbeestjes tegen bladluis

Bladluizen op kamerplanten bestrijden

  1. Lieveheersbeestjes tegen bladluis
  2. Bij Biogroei kan je Adalia bipunctata, het tweestippelig lieveheersbeestje kopen. We verkopen zowel larven van Adalia als volwassen lieveheersbeestjes.

    Liever larven van lieveheersbeestjes!

    De Adalia larven genieten de voorkeur omdat larven meer bladluizen eten dan volwassen lieveheersbeestjes. Bovendien blijven de larven op de planten waar ze worden uitgezet. De volwassen lieveheersbeestjes gaan gemakkelijk vliegen. Mogelijks hebben ze dan wel eitjes afgelegd en krijg je na een week larfjes.

    De Adalia larven genieten de voorkeur omdat larven meer bladluizen eten dan volwassen lieveheersbeestjes. Bovendien blijven de larven op de planten waar ze worden uitgezet. De volwassen lieveheersbeestjes gaan gemakkelijk vliegen. Mogelijks hebben ze dan wel eitjes afgelegd en krijg je na een week larfjes.

    Chrysop
  3. Chrysop, eitjes van de gaasvlieg
  4. Heb je maar enkele planten aangetast door bladluis, kies dan voor Chrysop. Dit product koop je per 5 of per 20 ophangkaartjes waarop eitjes van chrysopa zijn gekleefd. Twee tot vijf dagen na het uithangen op kamertemperatuur, komen de larven van Chrysopa uit de eitjes en gaan ze de bladluizen opeten.

    Chrysopa strooikoker
  5. Chrysopa, larven van de gaasvlieg
  6. Het product Chrysopa bevat 1000 larven in een strooikoker met boekweitschilfers De larven van Chrysopa eten veel en even goed als de larven van lieveheersbeestjes.

    Chrysopa is vooral interessant bij een grote aantasting en veel kamerplanten.

Witte vlieg

Witte vlieg op kamerplant

Hoe ziet witte vlieg eruit?

Als je goed kijkt, zie je dat de witte vlieg geen echte vliegjes zijn maar witte motjes. Ze vliegen op zo vlug je aan het blad komt en gaan daarna weer op de onderkant van de bladeren zitten. Als je goed kijkt, zie je ook de witte larfjes en als je nog beter kijkt, zie je witte eitjes die in een cirkeltje staan.

Wat doet witte vlieg?

Net als bladluizen zuigen ze aan de onderkant van de bladeren plantensappen. Het teveel aan suikers dat ze met het sap opnemen, scheiden ze terug uit. Daardoor worden de bladeren plakkerig. Nadien groeit hierop een zwarte roetdauwschimmel. Het is vooral deze schade die de kamerplanten ontsiert.

Alles weten over witte vlieg?

Welke planten krijgen witte vlieg?

Witte vlieg is niet zo snel een probleem bij groene kamerplanten. Ze komt vooral voor op bloeiende kamerplanten. Hibuscus, Fuchsia, Kerstrozen, Gerbera, Roos, Lelies en Geraniums zijn gevoelig aan witte vlieg.

Encarsia tegen witte vlieg

Witte vlieg biologisch bestrijden

Witte vlieg bestrijd je met een minuscule sluipwesp, ze noemt Encarsia formosa. Deze sluipwesp parasiteert larven van de witte vlieg d.w.z. ze leggen een eitje in de larven van witte vlieg. Na een 10tal dagen komen nieuwe sluipwespen uit de dode wittevlieglarven.

Encarsia wordt geleverd in popstadium. De poppen zijn op kaartjes gekleefd en kunnen zo eenvoudig aan de plant worden opgehangen.

Heb je veel witte vlieg? Dan hang je best op voorhand gele vangplaatjes aan de stengels van de kamerplanten. De gele kleur trekt volwassen witte vliegen aan. Zo kan je snel een groot deel volwassenen wegvangen om vervolgens Encarsia uit te zetten.

Tip: de vangplaatjes terug verwijderen als je Encarsia uitzet. Anders zullen ook sluipwespen tegen de strips vliegen.

Rouwvliegjes op kamerplanten

Varenrouwmug, rouwvliegen, rouwmugjes of potgrondvliegjes: het is allemaal hetzelfde! Het zijn zeer vervelende kleine zwarte insecten die opvliegen uit je potgrond. Meestal valt dit op als je de potplanten water geeft.

Schade rouwvliegjes

Hoe rouwvliegjes herkennen?

Ze lijken op fruitvliegjes maar zijn nog iets kleiner. Ze leven in de potgrond en niet op de bladeren van de kamerplanten zelf!

Als ze met velen zijn, kunnen ze in de woonkamer gaan rondvliegen. Vervelend dus!

Bovendien leggen de varenrouwmuggen eitjes in de potgrond van de kamerplanten. De eitjes ontwikkelen zich tot witte doorschijnende larfjes die zich voeden met organisch materiaal in de potgrond en wortels van de planten. Bij grote aantasting zullen je planten afsterven. Vooral als je zelf kamerplanten stekt kan dit tot grote uitval van stekken en jonge plantjes leiden.

Alles weten over rouwvliegen?

Rouwvliegjes bestrijden

Rouwvliegjes worden vaak onderschat. Ze kunnen tot een echte plaag uitgroeien; vandaar het belang om tijdig in te grijpen. Wacht echt niet tot heel je woonkamer vol vliegjes zit, je krijgt ze dan veel moeilijker weg!

Wij hebben 3 oplossingen om rouwvliegjes te bestrijden. Afhankelijk van de plaag en het soort substraat dat je hebt, kies je uit de volgende mogelijkheden:

Stenema aaltjes
  1. Stenema
  2. Aaltjes tegen rouwvliegjes is het beste en meest verkochte product. Het bestrijdt de larven van de varenrouwmug in de potgrond. Bij een juiste dosering en een niet te grote aantasting ben je al na 1 tot 2 weken van je probleem verlost.

    Bij een grote aantasting kan het drie weken duren vooraleer je verbetering ziet. Indien het dan niet volledig is opgelost moet je nogmaals de behandeling herhalen. Vandaar het belang om de plaag niet uit de hand te laten lopen.

    Indien je zelf stekt of planten vermeerdert, behandel de potgrond dan preventief. Zo vermijd je uitval. Als je rouwvliegjes hebt op het moment dat je stekt, krijg je automatisch veel uitval. De jonge stekken hebben immers te weinig wortels om de aanval van de larven te weerstaan.

    Tip: In droge grond gaan aaltjes afsterven. Giet dus op voorhand de kamerplanten verschillende keren goed nat vooraleer Stenema te gebruiken. Bovendien mag de aaltjesoplossing niet uit de pot lopen bij toepassing. Aaltjes kunnen zichzelf niet terug verplaatsen naar de potgrond en zullen dan afsterven door de UV straling van het licht.

  3. Gele vangplaatjes
  4. Deze decoratieve vangplaatjes helpen om snel zoveel mogelijk volwassen rouwvliegjes weg te vangen. Het kan gecombineerd gebruikt worden met Stenema. Combineer het zeker als je een grote aantasting van rouwvliegjes hebt.

  5. Hypoaspis
  6. Dit product bevat bodemroofmijten ‘Stratiolaelaps Scimitus’ die de eitjes, larven en poppen van de varenrouwmug bestrijden, evenals tripspoppen in de potgrond. Hypoaspis kan gecombineerd worden met stenema maar dit is in principe niet nodig.

    Heb je geen potgrond maar een substraat van schors of een ander los substraat, dan kan Stenema niet gebruikt worden. In dit geval gebruik je Hypoaspis in combo met gele vangplaatjes.

Tips om kamerplanten gezond te houden

  • Vermijd tocht! Op tochtplekken komt spint en trips het snelst voor.
  • Zet schaduwplanten niet in de volle zon: dit zorgt voor meer spint en trips.
  • Let op met bloemboeketten: bloemen zijn zeer gevoelig aan trips en zo kan je een trips- aantasting binnen brengen in huis.
  • Let ook op als je nieuwe planten koopt: isoleer ze enkele weken om te vermijden dat je trips of spint in huis haalt.
  • Geef voeding aan je kamerplanten die de planten versterkt in plaats van verzwakt. Lees alles hierover bij welke voeding voor je planten kiezen?
  • Zorg dat de planten tussen twee waterbeurten kunnen opdrogen. Rouwvliegjes zijn vaak een gevolg van teveel water geven! Lees alles hierover bij Hoeveel water geven aan kamerplanten?
  • Nuttige insecten zullen de schadelijke insecten bestrijden maar aangerichte bladschade blijft zichtbaar. Wil je geen esthetische bladschade, werk preventief met onze kweekzakjes tegen spint en kweekzakjes tegen trips. Zo vermijd je dat je bladeren onherroepelijk lelijk zijn! Voorzie dat de roofmijten alle planten kunnen aflopen.
  • Schadelijke insecten kunnen zich verspreiden naar andere kamerplanten. Is er nog maar één plant aangetast, zet deze afzonderlijk.
  • Behandel alle planten die 2 meter in de omtrek staan van de aangetaste kamerplanten.
  • Aangetaste kamerplanten kan je buiten zetten. De schadebrengers gaat dan minder explosief ontwikkelen waardoor het lijkt dat je probleem verbetert of zelfs is opgelost. Dit is echter niet zo. Zo vlug je de kamerplanten terug binnen zet, gaat de ontwikkeling van de schadelijke insecten weer verder.
  • Nuttige insecten zuigen de schadelijke insecten leeg. De lege huidjes van de dode insecten blijven aan de onderkant van de bladeren achter. Na de bestrijding mag je de plant afwassen met een zeepsopje om de lege huidjes te verwijderen.